Het stadje Hogsback zou sprookjesachtig wondermooi zijn. We trekken erheen en zijn onder de indruk. Hogsback straalt een mysterieuze sfeer uit. We zijn heus niet de enigen die onder de indruk zijn. JR Tolkien zou hier, in Hogsback, zijn inspiratie voor 'lord of the ring' gevonden hebben. Zijn verhalen reflecteren de sfeer van de bergen en wouden. Eeuwenoude knoestige bomen lijken inderdaad hun wijsheid te fluisteren op de bries. Vaak hangt een misttapijt over de bomen. Ne e, het is niet moeilijk om hier schimmige ruiters, dwergen, elven of hobbits voor te stellen. Maar Hogback maakt volgens de 'echte' Afrikaner (blanken afkomstig van de Nederlandse 'boeren') niet echt deel uit van Zuid-Afrika. "Hogsback ligt in Ciskei, één van de thuislanden en heeft zich pas na de afschaffing van de apartheid aangesloten bij Zuid-Afrika." Tja, de geschiedenis van Zuid-Afrika is complex.
In Port Elisabeth gaan we iets drinken in een leuk plaatsje op de hoek van Belmont Terrace en Whites Road. Het cafeetje is verbonden met een kruidenierswinkel, een drankstore en talrijke appartementjes voor psychiatrische patiënten. Zij verblijven hier een tijdlang totdat ze het drukke leven min of meer opnieuw aankunnen. Zij realiseerden het prachtige café interieur. Een Engelstalige dame verwelkomt ons en ratelt aan één stuk door. "Het is mijn taak om mijn klanten te waarschuwen. Je moet erg goed op je spullen passen. De buurt is niet langer veilig. Waarom? Hier komen steeds meer zwarte mensen wonen. Ik weet wel, jullie noemen ons racistisch, maar je moet hier wonen om te weten hoe het is." Op fluistertoon gaat ze verder: "Het is zo dat de zwarte mensen dingen doen die wij niet willen, begrijp je?" Met krachtige stem vervolgt ze: "De blanken verlaten het land. Mijn zoon immigreerde naar Australië. Met zijn vrouw en de kleinkinderen. Hij zegt dat het er zo mooi is. Moet ik ook eens bezoeken. Hebben jullie Addo park gezien?", vraagt ze bijna in één adem. Haar kinderen hebben haar één keer meegenomen, één nacht in een eenvoudige cabin. "Fantastisch om die olifanten in het echt te zien. Al die dingen ken ik van de televisie. Ze mogen me gerust nog eens meevragen." We reageren verwonderd. Zij woont nauwelijks op 50 km van het park. Heeft zij dit olifantenpark nooit eerder bezocht? "Nee, wij kunnen ons dat niet permitteren," repliceert ze. "Ten eerste hebben wij blanke mensen geen auto (???) en verder verdienen we nauwelijks wat geld (???). Zo kennen we alle wilde dieren enkel van programma's op televisie." Beide stellingen, de blanke mensen verdienen weinig geld, kunnen zich geen auto permitteren, lijkt ons ongeloofwaardig. tenminste voor de meerderheid van de blanken. Nog steeds méér blanken dan zwarten rijden in dure auto's, supermarkten, winkels voor zwarte en blanke klanten hebben hoofdzakelijk een blanke eigenaar. Ze schakelt over op een ander onderwerp. "Gisteren werd een man vermoord. Hij is de man van. Ja, ik ken die vrouw, maar wist niet dat het haar man was." Uiteindelijk beslist ze om ons eventjes te laten genieten van ons biertje. Buiten de hoofdstraat is het opvallend kalm in de stad. In Brussel lijkt het risico om overvallen of het slachtoffer van een gauwdief te worden veel groter. P.E. lijkt ons eerder in slaaptoestand. Moorden? Elke dag horen we wel iets op het nieuws. Soms ontaardt een vechtpartij in een kroeg. Téveel drank. Townships. teveel werklozen, geen hoop op een toekomst, weer eens drank. en de bijkomende uitspattingen. Deze verhalen worden in het lang en breed uitgesmeerd in het nieuws, de dagbladen. Wellicht is het angstgevoel bij bepaalde groepen groter dan de effectieve onveiligheid. Anderzijds werkt het sensatienieuws misschien drempelverlagend voor de 'risicogroepen' uit de townships.
We wandelen terug naar onze stek. Een zwarte dame loopt achter ons aan. Ze overschrijdt de psychische afstandsdrempel. Ze bemerkt onze nervositeit en vraagt of ze naast ons mag meewandelen. Ze is bang. "Waarom ben jij bang?", vraag ik ongelovig. Het is klaarlichte dag, we wandelen langs een drukke weg. Veel andere wandelaars op een paar zwarte mensen na zijn er niet. Om de haverklap rijdt een politiewagen voorbij. Echt onveilig lijkt ons dit niet. "Ik ben altijd bang als ik alleen ben." Opnieuw vragen wij het ons af: wie maakt wie bang?
Babs en Karl spreken ons aan. Zij zijn Afrikaners van Nederlandse en Duitse afkomst. "Jullie zullen Zuid-Afrika niet verlaten voordat jullie de betekenis snappen van 'echte' Afrikaner gastvrijheid.", verklaart Babs. Meteen valt een eerste uitnodiging om 'lekker te komen kuieren' (kletsen) bij een echte Kaapse curry. Karl beschrijft de curry zó smakelijk dat we meteen op het aanbod ingaan. De curry smaakt inderdaad heerlijk, het gezelschap is aangenaam, de wijn vloeit rijkelijk. Euh. enkel Karl zegt neen aan een glas wijn. Als goede 'voormalige' Duitser drinkt hij zijn biertjes. Er volgen meerdere uitnodigingen. een braai, met vlees om een halve straat te voorzien ; een glaasje wijn met hapjes. weer eens genoeg voor een maaltijd of twee.
Babs en Karl vertellen over hun wel en wee in Zuid-Afrika. Eens te meer blijkt dat Zuid-Afrika een complex gegeven is, een mix van culturen, ervaringen, geschiedenis. De 'regenboognatie' is jong en moet zich dag na dag bewijzen. Voorlopig voelen vele bevolkingsgroepen zich (nog steeds) tekort gedaan. Zullen de leiders van dit land de regenbooggedachte kunnen waarmaken? De toekomst zal het uitwijzen.
Ria Anyca
Lees verder: Reisverslag 23 - Angola >>
© 2005-2007 Deze tekst en al de teksten op deze website zijn eigendom van Ria Anyca. Gelieve toestemming te vragen voor verspreiding.