In spanning wachten we op Mahmoud, die ons een overtocht beloofde. Via het land kunnen we Soedan onmogelijk bereiken. Onze Unimog is net een metertje te lang voor de gewone ferry. Dit was het begin van heel wat problemen. Onmogelijke bedragen werden ons voor de overtocht (2300 euro - een defender betaalt 265 euro!) gevraagd. Mister Salah, de verantwoordelijke voor het vervoer op de Nijl 'slooft' zich voor ons uit. De prijs daalt, maar blijft nog steeds veel te hoog. In de haven zelf ontmoeten we Mahmoud. Wat zijn functie is, konden we niet achterhalen. Hij bemoeit zich echter met alles en nog wat in het havengebeuren. Hij en mister Salah blijken allesbehalve goede vrienden. Mahmoud ritselt iets voor ons. Maar daagt hij op de afspraak op?
Twee minuutjes voor negen verschijnt Mahmoud. We trekken naar de haven. De douane blijkt in vakantie te zijn. Mahmoud maakt zich boos en een beambte belt hem op. Het wordt wachten. Twee uur. Ondertussen regelt Mahmoud allerhande formaliteiten. Hamman, de douane, verschijnt op de proppen, presenteert de rekening van 22 Egyptische pound, stempelt de carnet de passage af en wil de camper nog even controleren. De politie deed dit reeds!!! Mahmoud loodst ons naar de ferry. De ontgoocheling is groot. We reizen eerste klas en onze cabine blijkt een vuil smerig kot. Het duurt een eeuwigheid vooraleer Mahmoud Eric haalt om onze auto op de vrachtboot te rijden. We zwaaien de auto uit: "Tot ziens in Wadi Halfa!" Wijzelf vertrekken pas een paar uur later met de voorgenoemde ferry.
Mazar is er niet. Onze zenuwen gieren. Mazar is onze contactpersoon. Zonder 'toeristenhelper' raakt geen enkel overlander door de administratieve rompslomp. De oude meneer Kamal deed dit jarenlang. Hij bouwde kwalijke reputatie op. Hij weigerde telkens om de carnet de passage -het broodnodige document om de auto in en uit de diverse landen te brengen- terug te geven, tenzij hij een fiks bedrag in stevige valuta op zak mocht steken. We weigeren te onderhandelen met iedere onbekend en bellen Mazar op. Hij komt zo, dacht dat we pas een paar dagen later zouden aankomen. "Iedereen weet dat Kamal corrupt is, maar ja.", zucht Mazar, "de politie wou niet tussenkomen, want hij heeft een groot gezin. We moeten toch aan zijn kinderen denken!" Nu hij oud is, krijgt een nieuwkomer een kans, dik tegen de zin van Kamal.
Onze auto verwachten we pas morgen. In afwachting mogen bij Mazar thuis logeren. We maken kennis met de familie en de Nubische gewoonten. De Nubiërs wonen in omwalde woningen. Deze omwalling houdt het zand buiten. De kamers zijn gericht naar een binnenpleintje. Deuren ontbreken. Lichte metalen bedden doen tevens dienst als zetel. Om een uur of vijf, zes in de namiddag worden de bedden buiten gezet. We eten en rusten op de bedden. 's Nachts slaapt iedereen buiten, binnen is het te warm. 's Morgens worden alle bedden netjes naar binnen gedragen.
Wadi Halfa was ooit een prachtige oase. De bouw van de stuwdam in Aswan zette ook dit gebied onder water. "De beloofde compensaties hebben we nooit gekregen.", zucht Mazar. De Soedanese regering had bij deze zaak ook voordelen. Het Nubische volk, Zuid Egypte en Noord Soedan, is een eigenzinnig volk. "Nubiërs staan voor elkaar. De regering zag de kans schoon om ons volk te verspreiden. Zonder dit meer bestond er misschien een onafhankelijk Nubië!"
In Wadi Halfa moeten we twee dagen op onze auto wachten. Het zijn lange dagen, want hier valt tegenwoordig weinig te beleven. Bovendien vrees ik dat onze Unimog wel eens in het meer zou kunnen verdwijnen - gebeurt hier wel eens meer, of tenminste dergelijke praatjes doen de ronde. Ik maak me zorgen om niets. Een totaal onbekende man komt Eric en ik een hand schudden. "Je auto is aangekomen. Ik heb hem gezien. Je mag hem om tien uur afhalen." De brave man heeft ook goederen aan boord van het 'pont' en komt ons goede nieuws nog vóór Mazar, onze officiële bron vertellen.
Eindelijk kunnen we op pad. De weg is onmogelijk. Onze Unimog schudt en davert over de beruchte corrugation. Het drijft ons tot wanhoop. Zeker wanneer blijkt dat de unimog druk verliest. Een lek. Het is hard om de Soedanese woestijn te trotseren. Toch blijven we ons verbazen over het steeds veranderende prachtige landschap. Af en toe kijken we uit op de Nijl. Dan zien we een vruchtbare veldjes. Het contrast met de zand/steenvlakte is groot. In Abri, zowat 200 km verderop kunnen we de auto herstellen. Hier maken we kennis met een Soedanese familie. We worden bij hen thuis voor de thee uitgenodigd en het eindigt met het avondmaal. De volgende dag worden we opnieuw verwacht. We beleven er een fijne tijd.
Op naar Dongola. het lijkt een eindeloze rit. Na zestig kilometer constateren we dat onze Belgische nummerplaat verdwenen is. Woestijn en nog eens woestijn. We raken de weg kwijt. We keren op onze stappen terug tot de ruwe track. De duisternis valt in en we besluiten tussen de rotsblokken te kamperen. Ons avondmaal bestaat eens te meer uit macaroni en tomatensaus.
Na een ongestoorde nacht vervolgen we onze weg. In een dorp loopt het mis. De ene persoon stuurt ons links, de andere rechts. Er leiden nu eenmaal twee wegen naar Dongolo. We missen de afslag naar Argo, waar we de brug over moeten. Brug gemist, we staan voor de rivier en kijken uit op Dongola. Verkeerde weg. Terugkeren is geen optie. Drie, vier uur door de woestijn, zonder enige richtingsaanwijzing. We besluiten een maaltijd te gebruiken. Helaas, ook vandaag klinkt het 'finish', wat betekent: geen vlees, geen vis. We kunnen wel een bord bonen krijgen. Na een week bonen met een zurig tomatensausje krijg ik echt geen bonen binnen. We vullen onze buik met softdrinks. Hierbij worden we door een onbekende man op de vingers getikt. "Je kan niet leven van soda alleen." We kopen een broodje. De handelaar geeft er ons twee cadeau. Die paar centen lonen de moeite niet om ze aan te rekenen.
We zuchten. We moeten de rivier over met de ferry. Weer een grote, onvoorziene uitgave, 5700 SD. De onbekende man stelt ons voor om even te discussiëren. Misschien valt de prijs al bij al mee. "Terugkeren is lastig. Als je de eerste keer de weg verloor, zit het er dik in dat je ook nu verdwaalt.", en hij vervolgt: "Opgepast! Soedan lijkt een goedkoop land, maar beetje bij beetje komt de aap uit de mouw. Voor je het weet, ben je een pak geld kwijt. Er zijn ook slechte mensen in Soedan. Hou er rekening mee." Hij discussieert bij de balie (hadden ook wij reeds gedaan, zonder succes). Hij vraagt ons hoeveel we willen betalen. Aarzelend noemen we 3000 SD. Hij discussieert nog even, legt 2700 SD op tafel en vraagt onze 3000 dinar. We weten niet wat ons overkomt. "Geen dank, geen dank", zegt de man, "haast je liever naar de ferry. Straks mis je hem nog!"
We maken de overtocht in gezelschap van een aantal kamelen en ezels. Een poosje later bereiken we Dongola. We krijgen toestemming om te kamperen bij een gezondheidspreventie centrum. De conciërge biedt ons een grote kan thee aan. Hij spreekt nauwelijks een paar woorden Engels. Toch voelt hij het als zijn plicht om ons te entertainen. Hij haalt er twee kennissen bij die deze taal wel machtig zijn. Een poosje later komt ook Tarik, een vrachtwagenchauffeur ons vervoegen. Hij woont ergens op een eilandje midden in de Nijl. We bespreken de route van de volgende dag. Tarik lacht met ons. Hij heeft helemaal geen kaart nodig om de weg te vinden. De stand van de maan en sterren 's nachts of de stand van de zon overdag vertelt hem meer dan genoeg. Onze Engelstalige metgezel beweert ronduit dat Tarik liegt. Ik geloof hem wel. "Als ik de weg niet weet, dan gooi ik zand op. Ik kijk uit in welke richting het zand valt en dan ga ik die kant uit. Nog nooit verkeerd gereden!" Dit laatste slik ik toch iets moeilijker.
Hop, de weg op. Vanaf Dongola rijden we over het asfalt. Helaas mooie liedjes duren niet lang. en we mogen eens te meer een miserabele track volgen. Een paar honderd kilometer verder houden we halt op het kruispunt Merowé - Karthoum. Na al die dagen staat er eindelijk 'vlees' op het menu, vergezeld van een lauwe cola! Overnachten doen we een eind verderop: ditmaal naast het hok van de ezel. (Dat beest balkt de ganse nacht!)
Zandwoestijn, eenzame route. Aanvankelijk rijden we over een vrij goede asfaltweg. Hoe dichter we Karthoum naderen, hoe slechter het gesteld met de weg. Grote vervaarlijke kuilen kosten heel wat vrachtwagens een gebroken as. Supergeconcentreerd ontwijkt Eric put na put. Eén vrachtwagen heeft te laat een kuil bemerkt en ging over kop.
Na de eenzame tocht bereiken we de voorstad Omdourman. Onvoorstelbaar!!! Een drukte van jewelste! Alles wat we de laatste weken niet vonden, is hier verkrijgbaar: gekoelde dranken, elektriciteit, moderne winkels, nette westers ogende eetgelegenheden. We kunnen ons buikje lekker vullen met vlees en vis en niet te vergeten: verse groenten!
We vestigen ons in The Blue Nile Sailing Club, één van de weinige plaatsen waar overlanders in de hoofdstad Karthoum kunnen kamperen. We ontmoeten er Jitske en John, twee Nederlanders. Het is leuk om weer eens Nederlands te kunnen praten. Ondertussen stelt Eric heel wat schade aan de Unimog vast: de airco is stuk, de solar doet het welles/nietes. Het zet een stevige domper op ons humeur.
Vier oktober, de eerste dag van de ramadan. Twee mannen verzetten 'slavenarbeid' op de camping, maar ze mogen niet drinken of eten tot na valavond! "Onnozel", vindt de manager. Hij mag wel eten en drinken. Hij is afkomstig van het Zuiden en is Christen. Ons verblijf in Karthoum wordt niet zo leuk. Heel wat winkels sluiten eveneens de deuren tot de valavond. Restaurantjes blijven potdicht. De mensen koken en eten 's avonds op straat. De meest onhygiënische situatie die we tot nu toe meemaakten. Na acht uur druppelen de clubleden the Blue Nile Sailing Club binnen. Ze komen er kaarten en gokken tot een stuk in de nacht, dik tegen de zin van de manager. "Tijdens de ramadan werken ze niet. De slapen de ganse dag en blijven hier plakken. Maar ik, ik moet 's morgens uit de veren. En dat duurt de ganse ramadan lang!"
Op negen oktober vertrekken we richting Ethiopië, of tenminste dat was het plan. We nemen de verkeerde afslag en raken niet onmiddellijk uit Karthoum. Na een pauze wil onze auto net zo min starten: gebroken batterijen. terug naar hartje Karthoum. opnieuw overnachten in Blue Nile Sailing Club. De volgende morgen begeven we ons opnieuw aarzelend op pad. Op een idyllisch plekje dicht bij de Nijl gebruiken we een laat middagmaal. Help, opnieuw startproblemen! De auto maakt te weinig druk. Met de grootste moeite bereiken we de eerstvolgende grote stad. We worden naar een 'mekaniek kamion diesel' geloodst. Het woord vrachtwagenkerkhof lijkt ons beter de lading te dekken. De pomp is stuk. Het kapotte onderdeel is nergens te krijgen. Geen nood, ze maken er een nieuwe. Met behulp van een zaklamp wordt de auto hersteld. Tja, 't was weer eens avond! De avond treedt hier ook bijzonder vroeg in. Om zes uur begint het te schemeren, een half uurtje later is het effectief donker. We mogen overnachten op het 'autokerkhof'. Toch wel een beetje griezelig!
De volgende morgen valt onze auto na amper vijf kilometertjes stil. De pomp heeft het opnieuw begeven. Paniek. Met een taxi zoeken we doorheen een wirwar van steegjes onze 'mekaniek kamion diesel'. Onze mecaniciens zijn beduusd. Het kost hen de ganse morgen om de pomp nogmaals te herstellen. We moeten hen niet betalen, enkel de taxichauffeur (die de ganse morgen heen en weer pendelde tussen garage, metaalbedrijfje en de plaats van de panne). De taxichauffeur rekent een gastronomisch bedrag aan. We knabbelen er ettelijke dinars vanaf.
De schrik zit er goed in. Ik zie de camper van de camion afglijden. Puur verbeelding, blijkt. Ook Eric is nergens meer gerust in. Toch loopt deze etappe goed af. We bereiken Geraref, de laatste stad vóór de grens. We verkennen een ongelofelijke grote en gevarieerde markt. Voor het eerst maken we kennis met een tiental schooiertjes. De Ethiopische invloed is hier reeds aanwezig.
De laatste etappe: op naar Ethiopië. In het allerlaatste Soedanese benzinestation vullen we onze dieseltank. Eric maakt er kennis met een Christen Soedanees. Hij vraagt Eric om voor hem een vrouw in België te zoeken. Veel eisen stelt hij niet. Ze moet enkel ook Christen zijn. "Want aan die Moslimvrouwen heb je niet veel!" De laatste honderd kilometers zijn barslecht: Soedan op zijn best! De grenspost sluit om 17uur en we vrezen om dit niet te halen. Op een rustplaats houden we eventjes stil, net genoeg om onze hevige dorst - met een cola wel te verstaan - te lessen. We ontmoeten er een douanier. Hij is op weg naar zijn werk. "Ach, we zien wel als het zo ver is.", stelt hij ons gerust. Hij rijdt ons voor, alle 'valkuilen' ontwijkend. Blijven we iets te ver achterop, dan blijft hij op ons wachten. Een geruststelling. Het is inderdaad een flink stuk na vijven, maar geen probleem: de douanier verwijst ons eerst naar de politie: een stempeltje en de kous is af. Daarna is de douanier aan de beurt. Een fluitje van een cent. Met de glimlacht stempelt hij onze carnet de passage af. De camper zien hoeft helemaal niet. Jongetjes willen geld wisselen. onder de ogen van politie en douaniers, helemaal geen probleem. Ze blijken bovendien Ethiopiërs te zijn, steken constant de grens over. Ach, een mens moet niet over alles en wat moeilijk doen. Tot ziens, Soedan! Vaarwel, of misschien tot ziens (als de wegen iets beter zijn!)!! Het leven in Soedan is hard, maar wordt met de glimlach geleefd. dat is misschien de grootste charme.
Ria Anyca
Lees verder: Reisverslag 6 - Ethiopië - Deel 1 / 2 >>
© 2005-2007 Deze tekst en al de teksten op deze website zijn eigendom van Ria Anyca. Gelieve toestemming te vragen voor verspreiding.