Vermoeid en zonder enige Rwandese frank op zak bereiken we de hoofdstad, Kigale. We lopen bank na bank af. Niemand of niemand wil euro's wisselen. Dollars, dollars. en dit in een land die nog steeds stevige banden heeft met o.m. België en Frankrijk! Uiteindelijk kan ik in een voormalige Belgische bank met de visakaart geld afhalen . mits betalen van een stevige commissie.
Net buiten Kigale vinden we onderdak in een campsite in aanbouw. Samen met het Ethiopische restaurant maakt het deel uit van een project 'Mulindi Japan One Love Project'. De bezieler van het project, Emanuel Gatara, draagt een rastakapsel en ik neem aan dat hij een Ethiopiër is. Emanuel lacht fijntjes. Nee, nee, hij is een echte Rwandees. De prothese die hij draagt, heeft hij te danken aan een kinderziekte. Naast de vele poliopatiënten zorgde de genocide in 1994 voor 1 800 000 fysisch gehandicapten met nood aan één of andere prothese. Tijdens deze periode verbleef Emanuel in een vluchtelingenkamp in Mulindi. Daar maakte hij een aantal medevluchtelingen warm voor de idee om na de burgeroorlog iets voor de gehandicapten te doen. "Ik groeide als kind op in een weeshuis in Gatagara bij pater Jospeph Fraipont (overleden in 1982). Dit is nu een groot centrum voor gehandicapten. Naar voorbeeld van abbé Fraipont wil ook ik iets doen voor de medemens."
In '96 stelde de regering hem grond ter beschikking. Hierop bouwde hij steen per steen zijn centrum op. Hij vond sponsoring in de vorm van voedsel bij PAM. Met dit voedsel betaalde hij een deel van de werknemers. Andere werknemers kregen een loon van 1 Rwandese frank per twee geproduceerde bakstenen.
Het hoofddoel van het project is het vervaardigen van protheses. Iedere werknemer draagt eveneens een prothese. Een project als het ware door en voor de fysisch gehandicapte. De inkomsten van het restaurant en de toekomstige campsite moeten de financiële onafhankelijkheid van het project verzekeren. Sinds '97 stelde het project 4900 prothesen ter beschikking van fysisch gehandicapten.
Mulindi Japan One Love Project. Mulindi staat voor het vluchtelingenkamp, Japan. In '89 ontmoette Emanuel in Nairobi een Japanse studente Swahili, zijn huidige vrouw. "En natuurlijk wou ik Japan bij mijn project betrekken." Dat lukt hem aardig want vanuit Japan krijgt hij goede sponsoring. Jaarlijks stuurt hij één werknemer voor een zeven maand lange opleiding naar Japan. One love staat dan weer voor de liefde van de mensen voor elkaar zonder onderscheid in ras of geloof. Alhoewel, ik kan me niet ontdoen van de gedachte dat Emanuel zich ook liet inspireren door Bob Marley's song: one love, one hart.
We bezoeken broeder Sabin en Gustave, de twee bejaarde Broeders van Liefde in Gatagara. De broeders namen, na de dood van abbé Fraipont, de school onder hun hoede. Gustave kwam op vijfentwintigjarige leeftijd in 1946 naar Rwanda. "De reis duurde twee maand en het was de mooiste reis van mijn leven!" Via de Kongostroom bereikten ze Rwanda. Ze vaarden van punt naar punt, want 's nachts werd er niet gevaren. Ook Sabin haalt herinneringen op. "Na de oorlog zat het retraitehuis vol met Amerikanen. Toen zij terug naar Amerika trokken werden wij door 'de deugd' (de oudere, wijze missionarissen) opgeroepen om het retraitehuis te kuisen. Gezwind en gewapend met zwabber trokken we 'ten strijde'. Totaal onverwachts riep de deugd ons een halt toe. Wij vroegen ons natuurlijk af wat er mankeerde. De deugd verwijderde vooreerst alle achtergelaten pinups! Hoe wij dit aan de weet kwamen? Hier en daar vonden we nog restanten!"
We vervolgen onze tocht naar Butare en krijgen opnieuw onderdak bij de Broeders van Liefde. Ditmaal zijn onze gastheren, senior Toon en junior, de zestiger Luc. "Waarom komt men naar Afrika?", vraagt Luc zich af, "Voor de vrijheid, het avontuur!" Anderzijds heeft Rwanda tegenwoordig een wrange bijsmaak. Rwanda is niet meer wat het ooit was. De genocide heeft grondig ingegrepen in het dagdagelijks leven. "Vele personen die de 'absolute' waarheid weten over een bepaald feit, zwijgen of beweren van niets te weten, waardoor heel wat mensen in problemen raken. Zo zitten veel onschuldige mensen in de gevangenis.", beweert Toon, "Het zijn meestal Hutu's die een - onbelangrijk - job kregen of mochten behouden." "De beste vaklui zitten in de gevangenissen en blijven vastzitten omdat ze goede vaklui zijn. De regering zet ze in bij de constructie van gebouwen en dergelijke.", voegt Luc eraan toe.
Van Butare trekken we opnieuw naar het noorden over Kigale naar Ndera, het enige psychiatrisch centrum in Rwanda, opnieuw geleid door de Broeders van Liefde. De zwarte broeder en directeur, frère Charles, van het centrum is afwezig. Jean-Michel vangt ons op. Hij deed tien maand lang een stage in België en maakte hiervan gebruik om zowat alle Vlaamse steden te bezoeken. "Wat beviel je het meest in Vlaanderen?", vraag ik hem. "De sneeuw! Fantastisch! Ik had nooit eerder sneeuw gezien . en frieten met steak, chocolade. België heeft de beste chocolade ter wereld!"
Het hospitaal telt 150 patiënten: mannen, vrouwen en kinderen, zowel acuut als genormaliseerd en een afdeling chronisch patiënten. Tijdens de genocide was ook Ndera het pijnlijke tafereel van vele moorden. De psychiatrische patiënten werden voorgesteld als vermomde soldaten en lafhartig afgemaakt. "Ja, de gebouwen werden vernietigd." "Nu spreekt iedereen Frans en Engels. Vroeger was alles Frans. Na de genocide kwam Engels. Dat noemen ze: zich aanpassen.", lacht een medewerker. Over het lot van de mensen destijds wordt geen woord gerept. Nochtans getuigt verderop, een beetje afgelegen op het grote domein, een massagraf.
We maken kennis met de Vlaming Paul. Hij offert zijn vakantie op om hier bijscholing aan het psychiatrisch personeel te geven. Ik zoek hem op met een prangende vraag. Onze dollars zijn op en binnenkort steken we de grens met Tanzania over. Ook hier moet de visum met dollars betaald worden. Of het mogelijk is om euro's tegen dollars in te wisselen? Hij gelooft mijn verhaal niet. "Ik dacht dat je hier gemakkelijk weg kon met euro's?" De connectie België - Rwanda laat dit misschien uitschijnen, maar niets is minder waar. "Ik wil wel, maar de omstandigheden zijn niet goed." Ik knik begrijpend, kijk naar zijn wachtende klas, en denk er het mijne van. Dit is Afrika. De omstandigheden zijn niet goed, maar je kan goede omstandigheden scheppen: zich eventjes terugtrekken. Wat ik met zekerheid weet: dit is zowat mijn laatste kans om aan dollars te raken. Straks zijn de omstandigheden allesbehalve goed voor ons. als we Rwanda moeten verlaten, Tanzania niet binnen mogen, en geen toerist in de eerste weken langskomt. En komt er dan eentje, mag hij zeker niet zaniken over de omstandigheden! Gefrustreerd en zonder hoop trek ik naar frère Charles. "Alleen maar goede dingen schrijven over het hospitaal!", adviseert Charles me. Natuurlijk en eerlijk wezen er worden in het hospitaal bergen verzet. Dit werk verdient een pluimpje. Dan breng ik de pijnlijke dollarkwestie ter sprake. Hij maakt zich af met "Je vindt wel ergens geld op de zwarte markt!" Ik ben niet vertrouwd met de regio. Waar moet ik verdorie die zwarte markt vinden en liefst niet te hard bedot worden? Frère Charles is gehaast.
We trekken verder en verder weg van de 'bewoonde' wereld. Frans en Engels worden nauwelijks nog gesproken. We worden bekeken als bezienswaardigheid. Stellen we iemand een vraag dan worden we uitgelachen.
Langzaam zakken we af richting Tanzania. In Rukoma zullen we nog een laatste stop maken. Vaarwel Rwanda.
Ria Anyca
Lees verder: Reisverslag 16 - Tanzania - DEEL 1 >>
© 2005-2007 Deze tekst en al de teksten op deze website zijn eigendom van Ria Anyca. Gelieve toestemming te vragen voor verspreiding.