We geven onze laatste Tunesische Dinars uit. Vrij vlot passeren we de Tunesische grensovergang. totdat een paar 'groene vesten' opdagen. Ze hebben iets stiekems. We moeten mee daar ergens achter onze auto. "Hebben jullie whisky?", fluisteren ze bijna. Bij ontkenning nemen ze een autoritair toontje aan: "Open de camper." Deurtje open, deurtje dicht. We mogen doorrijden. Even later hangen die twee groene vesten rond aan de Libische grens. 't Is ons een mysterie: wie zijn ze? Wat is hun bevoegdheid? Wat doen ze zowel aan de Tunesische als de Libische zijde van de grens?
De Libische politie snapt geen bal van ons paspoort (is nochtans in het Arabisch vertaald). Hij spreekt noch Frans, noch Engels. Uiteindelijk haalt hij er een Libische toerist bij. Belgen? "Ik werd in België in het Erasmus ziekenhuis geopereerd.", weet de agent te vertellen. "Christina.", zucht hij in extase. Safari tours zou onze visa aan de grenspost bezorgen. "5 à 10 minuten en dan komt alles in orde.", beweert dezelfde agent en verdwijnt met onze passen. Pas een paar uur later komt onze gids aangedraafd. "Lang moeten wachten?", vraagt hij. "Ach dat passeert allemaal." De douane inspecteert de auto. Dit doen ze bijzonder grondig. Drie man klimt aan boord en alles maar dan ook alles wordt uitgehaald. Gelukkig bergen ze alles zo goed als kwaad op. Niettegenstaande hun interventie is de ganse papierwinkel in minder dan tweeëneenhalf uur rond. "Vanaf nu zal niemand jullie nog lastigvallen.", beweert Ryad, onze gids. behalve Ryad zelf.
We maken kennis met de antieke sites van Sabratha en Leptis Magna. We verwonderen ons over de schoonheid van deze grootse Grieks/Romeinse sites. Daarna ergeren we ons opnieuw aan de nooit aflatende Ryad. In de cabine van de unimog zit hij tussen ons in. Hij zit aan dezelfde tafel. Wandelen alleen met z'n tweetjes? Vergeet het. Hij daagt telkens uit het niets op en hem kwijtspelen doen we niet. "Je mag geen Nederlands spreken. Dat is niet beleefd." Sorry Ryad, ooit gehoord van privacy? Nee, dus. Ik telefoneer. Ryad informeert bij Eric met wie ik aan het bellen ben. "Ik wil ook iets zeggen.", geeft hij kinderlijk aan, neemt de telefoon over en maakt een praatje.
We raken Ryad nooit kwijt, behalve elke keer dat we dat we een lange rit voor de boeg hebben. Dan verdwijnt hij zonder enige uitleg. "Zoveel dingen te regelen." Waarover het ook mag gaan, wij kunnen er alleen maar naar gissen. Vertrekken zonder ons mannetje kunnen we niet. Hij weigert onze passen terug te geven. Zijn sterkte, onze zwakte. Tijdens het rijden jut hij Eric danig op. "Kan je niet vlugger starten? Vlug, vlug, links, rechts. Het verkeer is er hels. De unimog is een traag beestje. Eric krijgt het - terecht - op de heupen.
Dag vier. Het is genoeg geweest. We staan op punt om te vertrekken. We hebben een rit van driehonderd kilometer voor de boeg en Ryad is weer verdwenen. Ik informeer in het hotel of ze hem niet gezien hebben. Niemand weet van iets. Ik kom bij de manager terecht. Hij vraagt me waarom ik deze man de laan niet uitstuur. Hij is gevaarlijk en heeft het niet goed met ons voor. Over dat 'gevaarlijk' heb ik mijn twijfels. De manager spreekt nauwelijks Engels en een misverstand is vlug geschied. Pas een paar uur later daagt Ryad op. "Sorry, sorry, is niet normaal. We gaan er vlug vandoor." Hij botst op een njet. Wij gaan nergens heen. In bijzijn van de manager vragen we onze passen terug, wat hij onwillig doet. Wij bedanken Ryad voor zijn diensten en vragen de afrekening. Langzaam dringt het besef door dat onze wegen scheiden. Deze wetenschap mondt uit in een frontale aanval van Ryad. Hij zal naar de veiligheid stappen. Hij zal ons problemen bezorgen. Hij zal onze papieren aan de grens blokkeren. Ik ben gevaarlijk, want ik heb een laptop bij in de camper. We zijn onmensen.
De manager verbiedt ons om nog met Ryad te praten. Hij waarschuwt ons nogmaals om voorzichtig te zijn. Ryad maakte de voorbije dagen foto's van ons. Op zijn aanraden bellen we de Belgische ambassade op. Zij bemiddelen met de touroperator. Ook de manager blijft zijn woord getrouw en steunt ons. Uiteindelijk valt een compromis uit de bus. Vanuit Tripoli sturen ze een nieuwe gids Youssef, met een eigen auto. "Twee auto's, dat moet reeds een groot stuk van de problemen oplossen." We moeten echter twee dagen ter plaatse wachten. Ondertussen verwennen de hotelmanager en zijn staf ons: douche in een hotelkamer, gratis ontbijtbuffet, zo een koffietje nu en dan. Doen ze het om ons te plezieren of . om onze gids de duvel aan te doen??? "Nou, die gids dat is zeker en vast geen echte Libiër.", beweert de manager. "Misschien een Zuid-Afrikaan of een Jood." Dit zijn nu net twee volkeren waar de Libiërs allesbehalve tuk op zijn.
Na de aankomst van Youssef blijkt pas hoe terecht de opmerkingen van de hotelmanager waren. Ryad blijkt paranoia te zijn. Hij probeerde het agentschap allerlei verhaaltjes wijs te maken. Zo hadden we met hem naar het zuiden getrokken, hem gedwongen om in een boom te slapen, terwijl we lekker in de camper lagen. Een tocht van 1200 km die we onmogelijk in die tijdspanne konden gemaakt hebben. Hij had in drie dagen geen eten gehad. "Geen probleem", laat Youssef weten. "Er klopt niets van. Hij is agressief en valt het agentschap ook aan. Hij beweert geen stuiver te hebben en eist van ons geld. Nochtans vertrekt iedere gids op opdracht met een stevige bedrag op zak. Waar is dat geld dan heen?", vraagt Youssef. Ook wij blijven het antwoord schuldig. De hotelrekening, de maaltijden werden door ons betaald.
We vervolgen onze tocht met Youssef. Hij valt best mee. Maar toch. Deze manier van reizen roept herinneringen op aan het communistische Rusland. Je vrij bewegen zit er niet echt in. Bovendien hangt een duizelingwekkend prijskaartje boven je hoofd. Eén oplossing: de dagen beperken, zo snel mogelijk doorheen Libië. Contacten leggen, echt mensen ontmoeten zit er niet echt in. Toch rollen we onverwachts ergens een feestje binnen. We mogen delen in de vreugde en blijdschap van een geboorte. De mensen zijn spontaan. Het is fijn om er te zijn. Deze ontmoeting weekt emoties los: een gevoel van gemis. Enerzijds is Libië stug, anderzijds bestaat er wellicht een gastvrij, menselijk Libië. Libië is voor mij het land van de gemiste kansen.
Ria Anyca
Lees verder: Reisverslag 4 - Egypte >>
© 2005-2007 Deze tekst en al de teksten op deze website zijn eigendom van Ria Anyca. Gelieve toestemming te vragen voor verspreiding.