Kenia

19 november 2005

Het eerste contact met de stad Maralal valt tegen. De mooie campsite Yares ligt ver buiten het dorp en is bovendien "overbeveiligd". Zo sluit de barman elke keer zijn bar terwijl hij klanten bedient. Op de telefoon zit een groot slot. Of we even kunnen bellen? Locaal kan, maar mevrouw is er net niet en ze heeft de sleutel bij. Internationaal bellen is totaal uitgesloten. Indien mensen weten dat er een internationale lijn ligt, tappen ze de lijn af en krijgt de eigenaar een miljoenenrekening (in shillings wel te verstaan). Het wantrouwen stuit me tegen de borst. Maar ook in de stad is het niet beter. Iedereen die geld ontvangt, zit achter tralies.

Het is zaterdag, het telecomcenter is gesloten. Internetten kan in het postkantoor. We kunnen onze mails ophalen. en daar blijft het bij.

21 - 22 november 2005: Bananas contra Oranges

Mary & Paul Gezwind gaan we op pad. Onderweg zien we een eerste kudde olifanten. Onze dag kan niet meer stuk. In de namiddag bereiken we ons volgend doel, Nyahururu. Om veiligheidsredenen is praktisch elke zaak gesloten. Vandaag wordt er immers over het veelbesproken referendum i.v.m. het voorstel tot nieuwe grondwet gestemd. In één van de weinige cafeetjes die de deuren wel openhoudt, zien we een blanke man. "Kom binnen, kom binnen.", roept een zwarte dame. "Kom iets drinken!" We gaan op de uitnodiging in en maken kennis met de dame, Mary en haar Zwitserse echtgenoot Paul. Met Mary en Paul rollen we in het kamp van the Bananas, de pro stemmers. Ze staan pal tegenover the Oranges. De namen werken eventjes op onze lachspieren die we zo snel mogelijk onderdrukken, want met de Bananas valt niet te spotten. De grondwet voorziet meer rechten voor de vrouwen en meer kansen voor de armen. (Ook op tv werd flink wat gedebatteerd en volgens sommige politica ging het voorstel nog niet ver genoeg.) De Bananas zijn zeker van de overwinning. "Wie kan nu tegen een betere levenssituatie van de vrouw stemmen?", vraagt Mary zich af. Paul en Mary nemen ons op sleeptouw naar een leuk plaatsje midden in het bos. We belanden midden tussen een groepje feestvierders. Iedereen is er 'banana' (lees: een beetje crazy) en leeft reeds in een overwinningsroes. De eigenaar, Frances, trakteert de aanwezigen op bier, laat gebakken schapenvlees, worteltjes, tomaten, pompoen en jamwortel aanrukken. Hij sluit het traktaat af met . gevulde maag, dé specialiteit van de streek. En ja hoor, ik krijg een groot stuk toebedeeld en alle ogen zijn op me gericht. Moedig wezen en slikken maar. 't Valt mee. Ook Frances steekt zijn pro Banana gevoelens niet onder stoelen of banken. "Iedere Keniaan wordt met banaan opgevoed. Bananen zijn bijzonder voedzaam. Zonder banaan zouden vele kinderen ondervoed zijn. Weet je dat een mens een maandlang kan overleven enkel en alleen op een dieet van banaan? Wij hoeven geen oranges!" Lichtjes beschonken (Eric en ik hebben in geen maanden zoveel bier gezien!) bereiken Mary, Paul, hun knecht en wijzelf, the Thomson Falls, onze thuishaven voor één nacht.

Bij het ontbijt is iedereen nog in het ongewisse wat de resultaten van het referendum betreft. Doch de stemming in de Thomson Falls lodge is in mineur. Het ziet er niet goed uit voor de Bananas. Paul komt ons oppikken. We worden immers verwacht voor het middagmaal. Mary ontvangt ons hartelijk, hoewel ze 'ziek' is, vertelt ze pathetisch. De nederlaag van de Bananas hangt in de lucht. "Ik kan niet begrijpen hoe mensen tegen kunnen stemmen: rechten voor de vrouw. Kibaki is de enige die ooit iets voor de armen gedaan heeft. Een nederlaag betekent een enorme verzwakking van de regering. Hoe moet het dan verder?"

Mary slaakt een gil: ze laat de worteltjes aanbakken! Paul verklapt ons dat Mary graag geitenvlees - haar favoriete gerecht - had klaargemaakt. Hij stond er echter op om echte varkensworst te bereiden. Geloof het of niet, hier is varkensvlees een luxeproduct, is niet verkrijgbaar in deze stad en kost stukken méér dan runderenvlees. Ik waardeer de inspanning, maar eerlijk wezen? Ik gaf de voorkeur aan het 'ordinaire' geitenvlees. 't Mag dan worst wezen vergezeld van een slaatje, het bijhorend wijntje smaakt ons héérlijk! Als afsluitertje krijgen we koffie met een echte Zwitserse poire William. een ongekende luxe.

Mary is bijzonder trots om haar mooi huis te tonen. Het huis is een compromis tussen Zwitserland en Kenia. De bouwstijl is Keniaans met Zwitserse accenten. De meubels komen recht uit Zwitserland. ('Hier vind je dergelijke kwaliteit niet.') Ze sleurt me mee naar de slaapkamer, badkamer. Mary heeft zelden de kans om haar huis te laten bewonderen. "Hier komt geen enkele zwarte binnen. Ook het personeel niet. De situatie is hier anders dan in Zwitserland. Je kan geen vrienden uitnodigen. Elke zwarte kijkt rond wat hij of zij kan stelen! Het kan weken, een paar maand goed gaan, maar dan word je bestolen!" Eric en ik zijn verbijsterd. Niet iedereen kan toch een bedrieger of potentiële dief zijn? "Ze veronderstellen dat je rijk bent en vinden dat je die spullen toch niet zal missen."

Mary werpt zich op als een 'echte' huismus. "Ik ga zelden uit. Ik ben zo graag thuis. Werk in de tuin, verzorg mijn kippen en konijnen." Natuurlijk moeten we ook de tuin bezoeken. We worden geconfronteerd met de drie waakhonden (gelukkig nog achter tralies tot na zonsondergang.) en maken kennis met één van de twee bewakers. Op de muur rond het 'domein' steken glazen pinnen en prikkeldraad. Néé, ik zou niet graag zo moeten leven. Haar groentetuintje blijkt een half voetvalveld groot te zijn, haar kippenren, een klein pluimveebedrijfje!

Na 23 jaar wonen en werken in Zwitserland, vestigden Mary en Paul zich in Kenia. De zwarte Mary zit vaak gevangen tussen twee culturen. "Je hebt een blanke man, dus ben je rijk. Waarom wil je dan nog zelf werken: in de keuken, je huis en de tuin?" De zwaarste conflicten vinden in haar eigen familie plaats. "Ik heb problemen met mijn broer. Hij heeft vier vrouwen en in het totaal 39 kinderen!" "Ik zeg hem dat hij ermee moet stoppen!", vertelt Paul, "Hij antwoordt me: 't zijn geschenken van God! Daarop repliceer ik: Bel God op en vraag hem eten voor je kinderen! Ze zouden hier een wet moeten maken: niet meer dan 3 kinderen per gezin!" Tussen de regels horen we dat broerlief héél vaak komt aankloppen. Mary kocht kleren voor de jongste kinderen. Eén van zijn dochters trok naar Zwitserland en trouwde er eveneens een Zwitser. Zij stierf op jonge leeftijd, haar man twee maand later. Ze lieten een tienjarige jongen achter. Sindsdien nemen Mary en Paul de zorg voor de jongen op zich. We drinken nog een laatste soda en nemen afscheid: Maïsha Malefu! Gezondheid! Of letterlijk: een lang leven! Paul en Mary, we zullen jullie niet vlug vergeten!

's Avonds valt het verdict: the Bananas delven het onderspit. In Thomson Falls Lodge heerst een sfeer in mineur.

23 - 27 november 2005: Nai'robbery'

Op naar Nairobi: we zijn reeds 14 dagen in het land en hebben nog steeds geen visum op zak. We snorren over een vrij vlotte route, de gaten in de weg hier en daar niet meegerekend. Net voor Nairobi gaat het bijna mis. Een meter of tien voor onze truck maakt een witte auto in een paar seconden tijd een bocht van 90 %. Eric remt. Een tweede wagen botst er licht tegenaan. Een derde kan niet voldoende afremmen om onze truck te ontwijken. Hij trekt zijn stuur bruusk over, knalt tegen de eerste twee auto's aan en gaat over kop. De weg is enorm druk, maar niemand lijkt zich aan het ongeval te storen. Wijselijk besluiten we om door te rijden en vervolgen onze weg met knikkende knieën recht het hectisch verkeer van Nairobi binnen.

We bereiken Jungle Junction, the place to be voor landovers. Zo hadden we al meer plaatsen in het verleden, pas hier vinden we inderdaad die andere landovers. We maken kennis met Marc, een vlotte Engelsman. Een 'echte' landover is hij niet, mits hij slechts een drietal maanden met een vriend meereisde. Zijn tocht zit erop. Een Duits koppeltje, Gudrun en Kurt, sleutelt aan een 42-jarige Unimog. Slechts een stiefbroertje van de onze: zijn motor is al lang de originele niet meer. De Ier Richard is ook van de partij. De versnellingsbak van zijn landrover heeft het begeven. Hij sleutelt al veertien dagen en houdt er de spirit in. "Een landrover is zoals een schoonmoeder. Ze is altijd ziek, gaat nooit dood!" Tot slot ontmoeten we Wolf. Deze Oostenrijker legde de afstand Wenen - Nairobi mét motor af in minder dan twee maand af. Iedereen verbaast zich over de snelheid waarmee Wolf zich verplaatste. Hij weet bij God niet waarover we het hebben. Nu loopt hij er een beetje verloren bij. Zijn doel was Kenia en weet niet goed hoe het verder moet.

Regen - zon - regen. 's avond koelt het flink af. We halen onze jassen boven. Is dit Afrika? Kris, de Duitse uitbater, troost ons: "De volgende twee maanden worden de mooiste maanden van het jaar." Op naar immigratie. Vlotte afhandeling van de visum: hip hip hoera, we mogen drie maand blijven! We vragen een vrouwelijke militair, bewaker van het immigratiekantoor, de weg naar Times Tower. "Vraag op straat aan niemand of niemand de weg.", waarschuwt ze. "Dan weten ze dat je vreemdeling bent en een gemakkelijk slachtoffer. Vraag het iemand die werkt in een winkel, dan kunnen ze je niet achtervolgen." Vreemd, we hebben nog steeds geen onveiligheidsgevoel en toch kunnen we het wantrouwen van de Kenianen onderling niet negeren. De geüniformeerde dame vertrouwt het niet en stuurt ons een begeleider mee. In een mum van tijd bereiken we de Tower. In dit grootste Keniaanse gebouw worden we van hot naar her gestuurd. Eens we de juiste ambtenaar treffen, verloopt alles bijzonder vlot. Met de glimlach zet hij de nodige stempeltjes in onze carnet de passage.

We nemen de matatu, een klein stadsbusje. Het valt ons op dat de chauffeur zich vreselijk ongedurig gedraagt. Eén blokje verder weten we waarom. Een politieagent houdt de matatu in het drukke stadsverkeer tegen. Hij zwiert één van de inzittenden buiten en neemt zijn plaats in, dwingt de matatu een paar straten verder tot stoppen. De politieagent stapt uit, roept dat iedereen de matatu moet verlaten: eind van de rit. Iedereen stapt uit, met uitzondering van de chauffeur, Eric en ik. Wij maken ons druk: "Wat is er aan de hand? We willen naar Langata!" Op dit ogenblik springt de chauffeur uit het busje en zet het op een lopen. "De bus is gestolen.", antwoordt de agent laconiek, "Je ziet het wel. Hij gaat lopen." "Waarom hou je hem niet tegen?" De agent zet een stoere borst op en tovert een brede glimlach te voorschijn.

Wij begrijpen er niets van. Later vertelt Kris ons dat deze handelswijze niet zo ongewoon is. De dief oppakken betekent veel papierwerk en bureaucratie. Als hij de bus teruggeeft aan de eigenaar, mag hij een flinke beloning opstrijken en heeft geen extra vervelende karweitjes. Iedereen gelukkig (ook de dief). "Misschien was de agent wel de dief en had de arme man gewoon geen driverslicence op zak.", probeert een overlander. Tja, ook dat zou kunnen.

30 november 2005: Aankomst in het paradijselijk Tiwi!

We doen twee dagen over de 550 kilometerlange rit Nairobi - Tiwi. We zijn aan rust toe. 't Bevalt Eric en hij verbaast me. "Ik zal hier minstens één maand blijven." Ik kan mijn oren niet geloven. Bij Eric zat de stress er nog altijd in. We moeten verder! Straks halen we het niet! En nu zal hij een maand uitrusten!? Het wordt geen maand, we blijven er uiteindelijk bijna twee maand plakken. De dagen vliegen voorbij. We ontmoeten heel wat merkwaardige figuren, ik leer er beestjes kijken en ontwikkel er een (nieuwe) fobie.

Ria Anyca

Lees verder: Reisverslag 10 - Kenia, Het paradijselijke Tiwi >>