Egypte

26 augustus 2005: grensovergang Libië - Egypte

Help! Eric is de papieren horend bij de Libische nummerplaten kwijt. Er heerst een consternatie van jewelste. Zonder de papieren kunnen we aan deze kant van de grens een maand vastzitten! Na een uur of twee vindt Eric de papieren terug. Hij had ze bij de Tunesische geklasseerd. Tja, als je geen Arabisch kan lezen! Youssef omhelst ons en wenst ons het allerbeste toe. Hij zal in één ruk terugrijden naar Tripoli.

Zonder verdere problemen steken we de grens over. Aan Egyptische zijde worden we het politiekantoor binnengeloodst. Visa: 30 $. De bank is op het middaguur gesloten en we moeten een uurtje wachten. Ook de grensovergang is potdicht. Honderden mensen wachten braafjes. Voor de beruchte carnet de passage worden we naar een loket verwezen. De beambte zucht. "Kom langs achter binnen." Libiërs bieden hun carnet aan, betalen een habbekrats en weg zijn ze. Voor ons Europeanen hebben de Egyptenaren iets anders in petto. Mahmoud zal het ons duidelijk maken: controle van de politie (zij stellen vast dat we met een caravan op stap zijn), controle van de douane (enkel formaliteit - we komen van Libië: deurtje open, deurtje dicht), paspoort kopiëren, Arabische nummerplaten ophalen (en betalen). telkens op een andere locatie. De jonge bankbediende Sheriff vergezeld ons op vraag van Mahmoud. We lopen anders toch verloren. Met een stapel gegevens keren we terug naar Mahmoud. maar Mahmoud is verdwenen. naar huis gaan lunchen. We zien hem pas een paar uur later terug... en wij maar braafjes wachten. We moeten een niet onaardig bedrag betalen. soort van dieseltaks (in België betalen jullie dure diesel, wij kunnen onze goedkope diesel zo maar niet weggeven.) We discussiëren maar delven het onderspit.

Zes uur na aankomst kunnen we de grens over. We komen terecht in een wereld van verschil. Na Libië lijkt alles hier oud en vooral vuil. In het grensstadje Saloum eten we een hapje. De tafels en stoelen zijn smerig en vuil. Wij zijn te moe om zelfs iets te bereiden.

We zoeken het strand op in de hoop van een rustige nacht door te brengen. Om elf uur bonkt iemand op de camper. Het gebonk blijft aanhouden en de man schreeuwt iets in het Arabisch. Ik ben er niet gerust in. Eric opent de deur: politie. "Wat doen jullie hier?" "Slapen, te moe om door te rijden." "Oké, slaap maar verder. Enkel checken." En de kous is af.

1 - 13 september 2005

We kamperen reeds een paar dagen in Salma Motel Camping vlakbij Giza. De camping is niet veel soeps, maar het is de enige en we genieten er volop privacy. We zijn dan ook de enige gasten. Eén september betekent ook het blije weerzien met dochter Lien en haar vriend Stijn. Ze worden meteen ondergedompeld in het helse verkeer van Cairo. Getoeter, gezwaai, links, rechts inhalen, verkeerslichten en agenten dienen schijnbaar enkel tot 'decoratie'.

De volgende dagen bezoeken de typische toeristische trekpleisters: o.m. de piramides van Giza en Cairo. "De kortste weg naar het Egyptisch museum?" Een Engelse dame helpt ons op weg. "Je stapt het Hilton hotel binnen en verlaat het langs de achterkant. Dan kom je recht uit op het museum." Zogezegd, zogedaan. De veiligheidscontroles zijn streng: door metaaldetector, tassen afgeven. Zonder enig probleem passeren we elke controle. In het museum loopt het eventjes anders. Eric wordt betrapt: er steken vijf messen en een schroevendraaier in zijn tas. Als doorwintert kampeerder is hij op elke situatie voorzien! De veiligheidsagenten kunnen er gelukkig mee lachen. "Dat loopt hier rond in Cairo met vijf messen! Ga je daar iemand mee afmaken? Geef me dan maar de kogel!" Tasje in bewaring geven en het incident is gesloten.

Edengarden Camp

We willen wat meer avontuur en wagen ons aan een vierdaagse woestijntocht. De eerste avond bereiken we de Bahariya Oasis. We zoeken onderdak in het Eden Garden Camp. We zijn er moederziel alleen. Pas een paar uur later druppelen de eigenaars binnen. We maken kennis met Talat. Talat heeft een zwak voor toyota's. "Als je ooit trouwt, zal het met een toyota zijn.", beweerde zijn moeder ooit. Talat is een ervaren gids en stelt ons voor om een tweetal dagen doorheen de witte woestijn te trekken. Helaas, zijn Liens en Stijns dagen beperkt en kunnen we niet op het aanbod ingaan. Talat nodigt ons uit om de volgende dag het ontbijt in zijn huis te gebruiken.

"Ik wijs jullie de weg.", belooft een bediende. Wanneer we het Eden Camp uitrijden, neemt de bediende een bad in de warmwaterbron. Hij springt uit de bron, doet teken dat hij zijn kleren zal aantrekken en dat we verder moeten rijden. Vijf kilometer later haalt hij ons in. net op tijd, want van hieraf aan wordt het iets moeilijker.

Talat vergast ons op een uitgebreid ontbijt: broodjes, kaas, confituur, eieren en zelfs gebakken aardappeltjes. We laten het ons smaken. Het gespreksonderwerp politiek komt aan bod. Bush is voor hem het synoniem van 'evil'. Maar ook het Arabische volk krijgt een veeg uit de pan. "De inval in Irak was enkel mogelijk omdat de Arabieren niet 'close' zijn. Waarom ze niet eensgezind zijn? Omdat ze jaloers zijn."

Talat

We nemen afscheid en willen afrekenen. "Wat?", vraagt Talat. "Verblijf op de camping, fles cola, fruit, ontbijt.", som ik op. "Ach", zucht Talat, "jullie zijn mijn gasten. Wat is dit?", vraagt hij wijzend op de restanten van het ontbijt. "Dit is niets! We komen allen vanuit de grond en gaan er - ongeacht hoe rijk je was - uiteindelijk weer in." De mooie jongen omhelst me stevig en ik krijg er kussen bovenop. Helaas heeft Eric dit niet gezien! Talat rijdt ons voor, een kwestie van de juiste richting uit te gaan. Hij houdt halt, neemt nogmaals afscheid en ik krijg weer kussen. 't Is niet mogelijk, Eric heeft dit weer niet gezien!

Witte woestijn

De woestijn verandert voortdurend van uitzicht. De white desert, met zijn witte kalkformaties kan ons inderdaad bekoren. Het licht gooit een roze rode schijn op het zand en de rotsformaties. Enig nadeel: zowat om de vijftig kilometer staat een controlepost: "paspoort, nummerplaat, nationaliteit, waar ga je heen, hoeveel personen, wil je politiebegeleiding. Het hangt ons de keel uit.

De Egyptische gids van een groep Nederlanders stelt ons voor om alle gegevens in het Arabisch te noteren, hoeven we enkel een briefje af te geven. "Openen ze niet vlug genoeg de weg, stel je dan agressief op.", geeft hij ons de raad. "Maar hij heeft een geweer.", weet Stijn. "Ach, enkel voor decoratie!" De briefjes vereenvoudigen daadwerkelijk de controles. En toch verliezen we uren tijd. Eric vergeet een klein detail, diesel genoemd. De motor sputtert. afgelopen. reserve in de tank gekapt. unimog wil niet meewerken. ontluchten van de motor. te nerveus, te haastig. het loopt mis. Midden in de woestijn, brandende zon. Lien heeft inmiddels door dat dit niet de ideale gelegenheid is om lekker te bruinen.

Een auto stopt: er klimmen niet minder dan dertien man uit. Iedereen begint te sleutelen. Eric verliest de controle over de auto. Het probleem blijft. De politie zal verwittigt worden en stuurt dan wel een mecanicien. De bus Nederlanders komt ter plaatse. Ook zij willen ons uit de nood helpen. Mecanicien Joost wil sleutelen, maar de Egyptenaren nemen het heft in handen. Lukt weer niet en de Nederlanders trekken verder.

De politie neemt een kijkje. Met radioverbinding roepen ze een mecanicien op. Het blijkt uiteindelijk om een banaal probleem te gaan. De bouten werden niet genoeg aangespannen. Triomfantelijk staat de mecanicien op de auto: "Mekaniek Moustafa did it!" Meteen zitten we met een nieuw probleem opgescheept. We raken van de politie escorte niet meer af! Eric wil in een dorp overnachten. De politie haalt ons terug, we moeten naar Baris, zo'n negentig kilometer verderop, veilig in de buurt van een vaste politiepost. Ze begeleiden ons ettelijke kilometers en vooraleer terug te keren, kijken ze of we wel degelijk onze weg vervolgen. Oef. terug vrij. zonder de waard gerekend. Halfweg de weg worden we door een tweede escorte opgewacht. Stoppen is geen optie.

In Baris worden we naar een hotelletje begeleid. Twee politieagenten blijven er constant rondhangen, dik tegen onze zin in. "Hebben ze echt niet anders te doen?" We hebben nog steeds niet door dat deze heren waken over onze veiligheid! Onze frank valt pas de volgende morgen. héél traagjes. De eerste die we zien is opnieuw een politieagent. Gaan jullie vertrekken? Wanneer wij plaats nemen in onze auto spurten de mannen naar hun auto en rijden ons voor, zij links, wij rechts (diesel tanken). Paniek. Ze zetten de sirene op, keren de wagen en vragen ons wat we van plan zijn. Ze begeleiden ons naar het eerste checkpoint. Onze route wijzigen? Onmogelijk! We mogen enkel de route Luxor uit! Op het tweede checkpoint worden we verwacht. Het derde checkpoint is dan weer te overijverig. Ik stap uit, maak van mijn oren, wil een vat (versperring) wegduwen. Het is echter zwaarder dan ik dacht en ik schop er nogmaals flink tegen.De 'arme' agent haalt verbouwereerd het vat weg. Bij de volgende controles worden de wegversperringen spontaan weggehaald.

Luxor

Vanaf Luxor wordt het voor iedereen sowieso konvooi rijden. Een onmogelijke helse tocht! Uitgeput bereiken we Safaga, een dorp aan de Rode Zee. We vragen in het benzinestation toelating om te kamperen. Geen probleem totdat twee agenten, één in burger, informeren wat we van plan zijn. De 'burger' discussieert met de oude man van het benzinestation. De oude man gaat fel te keer. Stuiptrekkingen bij de 'burger'. Hij richt zich tot ons met de woorden: "Je mag blijven." De volgende morgen zoeken we ons een comfortabel stekje op aan de zee. We mogen er twee dagen genieten van zee, zon, een tochtje in een glasboot, lekker eten, een echt bed. kortom van een beetje luxe.

Eens in Aswan is het ogenblik aangebroken om afscheid te nemen. Lien en Stijn nemen de nachttrein naar Cairo. Het is onwennig. Het samenzijn te kort. Wanneer zien we elkaar terug? Een open vraag. Ik voel me een beetje triestig.

14 - 23 september

Eric en ik zijn opnieuw op elkaar aangewezen. We regelen de visa voor Soedan, proberen de overtocht voor onze Unimog te organiseren. Geen makkie. Ondertussen maken we kennis met de Nubische cultuur. Elke avond zoekt een meisje me op. Ze noemt Norah en is een weeklang mijn 'pleegdochtertje'. Haar moeder komt aan de kost met de verkoop van een handvol nootjes, haar vader is dood. Ze is boos wanneer we afscheid nemen. Een jongeman, een verre verwante, komt op de proppen. Hij stelt voor om hem en Norah mee te nemen naar Soedan. We kunnen hem met moeite afwimpelen.

Ria Anyca

Lees verder: Reisverslag 5 - Soedan >>