Volgens gegevens www.diplobel.be reisadvies voor Angola: negatief . geloof me, houdt het zo voor de volgende tien jaar. Niet dat de Angolezen onvriendelijk zijn of zo, niet omdat het praten in het Portugees niet voor iedereen even vanzelfsprekend is.
En toch er is hoop voor Angola. na jaren en jaren - zo'n 27 jaar burgeroorlog, waar de 'burger' toch niets van snapt en 14 jaar onafhankelijkheidsstrijd met Portugal - beginnen de mensen toch in een toekomst te geloven. behalve de afstammelingen van de vluchtelingen in hoofdstad Luanda. Zij maken van Luanda de meest onveilige stad van Afrika. Maar er is hoop . Angola is in opbouw. over tien jaar is het land misschien bereisbaar.
Angola was niet vriendelijk voor mijn laptop. mijn arme reisgezel liep een flink virus op . vandaar een nieuw, maar kort verslag.
Off road rijden. leuk toch. Iets minder leuk als je honderd kilometer voor de boeg hebt, graag voor het donker onderdak wil vinden, de tracks voor zover ze aanwezig zijn niet wil verliezen omwille van de landmijnen. en een fantastische snelheid van 15 kilometer per uur. stressen noemen wij dat.
Oef, we bereikten een dorp, niet wat wij oorspronkelijk als doel gesteld hadden, maar kom . toch een veilig onderkomen.
Kort na de middag bereiken wij op een 45 km ons doel van de eerste dag. De weg lijkt al meer op een weg. zijn we gelukkig, ware het niet dat iets achter ons een jonge gast een stunt uithaalt met zijn motorfiets en valt. In pure gansterstijl versperren zes agenten, waaronder twee dames en die ene was niet van de poes, ons de weg. Ze 'gijzelen' ons gedurende vier uur. "Of we geen geld hebben om het probleem op te lossen?" Njet verdorie. alleen Eric verliest zijn geduld en valt één van die agenten aan. Gelukkig verschijnt een 'belangrijke' meneer op de proppen en komen we er zonder veel kleerscheuren vanaf.
Rijden, rijden, rijden, weg is de weg, we doen het met een track . kuilen, scheuren in de harde bodem, rotshellingen, water. de weg is weg, letterlijk . er zit een gat in de weg, de ene keer is de weg simpelweg ingestort, de andere keer is de brug weggespoeld.
Panne, moet er van komen. Sakkeren, pompen en terug on the road.
Het laatste stuk weg was echt niet zo slecht, we bereiken te vlug Luanda en zijn psychisch niet klaar om deze stad te trotseren. In de voorstad een nachtje kamperen met zicht op vervuilde zee. Knock, knock. Wie klopt aan ons deurtje? Geen antwoord. Eric opent dan maar de deur: vijf overvallers. Eric schreeuwt, schopt er twee van de trap af en wij maar schreeuwen . en de gasten zetten het op een lopen naar . de sloppen. Politie wordt er - tegen onze zin in - bijgehaald. Voor één enkele keer botsen we op iemand die wel Engels praat. maar we snappen met moeite wat hij verteld, wegens ladderzat. Hij zal die bandieten wel eens pakken. Vervaarlijk zwaait hij met zijn matrak en maait bijna de onschuldige toeschouwers omver. Op naar de Belgische ambassade in Luanda. na twee uur krijgen we een escorte. van een politiecombi met zo'n zestal agenten. Knipperlichten op en volgen maar. twee uur. We bereiken de ambassade en nemen afscheid, ze vragen zelfs geen fooi!
Passen afgeven, eventjes geduld. Mijn oog valt op het bordje . residentie . Mis dus, geen ambassade, wel het woonhuis van de ambassadeur. Niet getreurd: "Welkom. toeristen, vreemd. weet je dan niet dat er nog steeds een negatief reisadvies is. Elke toerist die hier binnenwandelt, zat in de gevangenis." Hallo, Eric! We mogen in het gastenverblijf logeren, daar zijn we veilig.
Volgende dag gaat er een receptie door. voor alle 'werkende' Belgen in Angola. De toevallige passanten mogen ook blijven. We ontmoeten er leuke mensen, nietwaar Mo! Van zakenvrouw Quick komen we flink onder de indruk. Niet te vergeten: de toffe mensen van Dredging. en alle anderen.
Er is een tijd van komen en gaan. We gaan richting noorden, richting Congo. Ruim gerekend drie/vier dagen. het worden er veertien.
Nzeto, op de kaart lijkt dit toch een stadje van belang. Vergeet het. We zoeken onderdak bij de paters. Zij geven niet thuis, maar we mogen toch op het domein kamperen. Volgende dag: on the road again. Vergeet, puft de Unimog, de ontkoppelingspedaal doet het niet, m.a.w. de auto rijdt geen meter meer. Een rubbertje is versleten. Het onooglijk klein onderdeeltje zorgt voor problemen. Nergens te krijgen, behalve in Luanda. zo beweert men.
De Poolse paters komen thuis en we mogen relaxen bij een pint. Zij zullen ons helpen. De volgende dag halen ze hun mecanicien erbij. en vier lange uren later is het ganse onderdeel gebroken. Ramp, ramp, ramp. Binnen de 200 km is er geen enkele communicatiemiddel beschikbaar: geen telefoon, geen gsm ontvangst, geen internet, radio.
Wachten, wachten, misschien komt een pater langs uit Luanda. Dagen verglijden.
Uiteindelijk vertelt pater Emile dat hij naar een congres moet naar Luanda. Ik mag meerijden, tot aan de voorstad, dan moet ik mijn eigen weg zoeken. Ik sterf een beetje.
Ik ken geen vuilere, smerigere stad dan Luanda. Straten liggen onder de modderlagen, overal liggen vuilnisbelten, overvallertjes liggen op de loer.. Nee, ik heb niet vlug een onveiligheidsgevoel, maar Luanda boezemt mij schrik in. Minibussen? Welke moet ik nemen, waar moet ik overstappen. De residentie van de ambassade is de enige plek die ik ken. Met mijn valies ben ik sowieso een doelwit.
Ik bel Robbie op, één van de mannen van Dredging. "Tien minuutjes", ik overleg even met the office." "Een chauffeur komt je ophalen, zal hem twee tot drie uur kosten om door Luanda te raken!" Onvoorwaardelijk. onmiddellijk. hulp in zicht. "Als ze je nog vandaag ophalen, mag je tot dan blijven, anders moet je het klooster onmiddellijk verlaten.", Emile geeft de boodschap mee. Later vertelt hij mij: "Hier ben ik zelf een gast. Dit is niet mijn huis." Magere troost. maar kom de mannen van Dredging komen eraan.
Nicolas vangt mij op. We lopen op de Nederlander Mark, de mecanicien. Hij zal het onderdeel voor mij opsporen. met succes, zo blijkt de volgende dag. Nicolas en Mark sponsoren. Robbie en Nicolas organiseren veilig vervoer naar Nzeto, zo hoef ik onderweg geen risico's met openbaar vervoer te nemen.
Resultaat: we bereiken Congo, eerst Matadi, daarna Kinshasa (en kunnen eindelijk geld afhalen met de visakaart) en staan op punt om Congo Brazzaville binnen te rijden.
Dit alles dankzij de solidariteit van de mannen van Dredging! Bedankt Robbie, Nicolas en last but not least: de Nederlandse Mark!
Ria Anyca
Lees verder: Reisverslag 24 - Congo >>
© 2005-2007 Deze tekst en al de teksten op deze website zijn eigendom van Ria Anyca. Gelieve toestemming te vragen voor verspreiding.